Elke tijd zijn eigen hoofdredacteur

Toen Max de Bok in 1977 na tientallen jaren ‘Den Haag’ een gooi deed naar het hoofdredacteurschap van De Gelderlander, spiegelde hij zich vooral aan de vertrekkende hoofdredacteur Louis Frequin, zijn journalistieke vader. Die reisde en netwerkte er op los, schreef commentaren, columns en reportages. Dat wilde Max ook. Maar krantenredacties waren veranderd, groter geworden, mondiger. Er was veel meer te regelen. En een hoofdredacteur werd ook geacht aan te schuiven bij het managementteam van de uitgeverij. Het werd dus Frans Hulskorte, mede omdat hij meer het type van de manager was.

Sindsdien heeft de ontwikkeling van het vak ‘hoofdredacteur’ niet meer stilgestaan. Kees Buijs heeft hier eerder een poging gedaan om te bepalen wat voor een type hoofdredacteur Louis Frequin nou eigenlijk was. Het is ook verleidelijk om te bedenken hoe iemand als Frequin de vele veranderingen na hem zou hebben beleefd.

Van redactievloer naar boardroom en weer terug

Door Louis van de Geijn

De opvolging van Louis Frequin, 32 jaar lang hoofdredacteur van De Gelderlander, was een eerste oefening in medezeggenschap in de Nederlandse dagbladjournalistiek. De procedure volgens het kersverse redactiestatuut moest nog ‘ingereden’ worden en het karretje belandde af en toe dan ook naast de weg.

Zo was er vooraf – en buiten de redactieraad om – rondvraag gedaan op de redactie naar wie men zoal in gedachten had als nieuwe hoofdredacteur. Bovenaan het lijstje stond Max de Bok, parlementair redacteur van De Gelderlander, oud-voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Vlak na hem Arie Kuiper, hoofdredacteur van het weekblad De Tijd, gevolgd door Han Mulder van het Leidsch Dagblad. Nummer vier was Harry Lockefeer, sociaaleconomisch redacteur van de Volkskrant (later hoofdredacteur).

Die uitslag legde een flinke hypotheek op de opvolgingsprocedure, maar belangrijker voor de uitkomst daarvan was dat de commissarissen van De Gelderlander en van moederconcern AUDET in alle stilte Frans Hulskorte, lid van de hoofdredactie van De Limburger, al hadden gedoodverfd als de nieuwe hoofdredacteur. Toen deze ten langen leste ook de voorkeur kreeg van de sollicitatiecommissie (inclusief de vertegenwoordigers van de redactie), was het pleit beslecht. Democratie, zei Frequin nog vaderlijk tegen de morrende redactie, is iets dat je moet leren.

De benoeming van Hulskorte markeerde een verschuiving in het takenpakket van de hoofdredacteur die onder Louis Frequin al gaande was. In de termen van Kees Buijs: traditioneel gezag had plaatsgemaakt voor rationeel gezag. Toen de redactie van De Gelderlander nog uit enkele tientallen redacteuren bestond, gaf Frequin bijna achteloos en met vanzelfsprekende autoriteit leiding. Hij dirigeerde zijn mensen zonder verweer van de ene naar de andere werkplek, en inhoudelijk was er geen discussie. Iedereen wist immers wat de richting van de krant inhield. Zoals sterverslaggever Boet Kokke het uitdrukte: ‘De hoofdredacteur was een soort schrijvende pastoor die deed wat de pastoor voor de Kerk deed: de boodschap doorgeven.’

In de latere jaren van Frequin vergde de redactieorganisatie meer aandacht. Hoewel er bij De Gelderlander een chef redactie (Henny Derksen) en een adjunct-hoofdredacteur (Henk Erkens) waren die praktische zaken behartigden, werd Frequin tegen wil en dank ook meer en meer manager. Daar kwam bij dat hij voor opeenvolgende directeuren op grond van zijn ruime ervaring een vraagbaak werd. En niet alleen voor hen. Hij werd officieel adviseur van de president-directeur en van de president-commissaris van AUDET, het concern dat naast De Gelderlander nog een handvol eveneens katholieke dagbladen uitgaf. Zo veel invloed als Frequin in die tijd uitoefende, had geen enkele andere hoofdredacteur.

Voerde Frequin desondanks nog regelmatige de pen, de hoofdredacteuren na hem kwamen daar niet meer aan toe, of misten eenvoudig het bijzondere talent van hun voorganger. Zij zaten nog wel bij de dagelijkse nieuwsvergaderingen en probeerden in beleidsnota’s nu en dan nog wat sturing te geven aan hun zelfbewust geworden redactie. Maar zij werden ook steeds meer in beslag genomen door bestuurlijke besognes buiten de redactie. Waar Frequin zich nog voornamelijk op zijn krant kon richten, kwamen zijn opvolgers terecht in samenwerkingsverbanden en holdingmaatschappijen die hun dagindeling dicteerden.

Samenwerking tegen wil en dank

Louis Frequin had eigenlijk een broertje dood aan samenwerking met andere kranten. ‘Het bezwaar van al die combinaties is – ondanks bepaalde voordelen – dat tien, twaalf man zitten mee te praten over beleidsbeslissingen, over detailzaken, of ze er verstand van hebben of niet.’ Hij wilde zelf de lijnen uitzetten. Hij werd echter nu en dan door aartsbisschop Bernard Alfrink te hulp geroepen om worstelende katholieke kranten benoorden de grote rivieren weer in de benen te krijgen. Zo vond in 1967 de Utrechtse krant Het Centrum onderdak bij Gelderlander-uitgever AUDET. Niet tot genoegen van Frequin, maar hij boog voor de realiteit: ‘Als de Heeren Staten mij bevelen te varen, dan varen we.’

Samenwerken gebeurde vervolgens echter wel op zijn condities. Hij liet van de Centrum-redactie alleen een team van stads- en streekredacteuren zitten en stuurde eigen mensen naar Utrecht om de zaken op zijn manier ter hand te nemen. Elke dag ging een koerier met matrijzen van de algemene nieuwspagina’s en de bijlagen van Nijmegen naar Utrecht. Het was de rompkrant avant la lettre: een centraal samengesteld algemeen deel waaraan het regionale stuk wordt toegevoegd.. De redactie van Het Centrum legde zich toe op de stads- en streekpagina’s.

Dertig jaar later, toen De Gelderlander enkele jaren in handen was van de Britse financier Mecom en de Wegenerkranten een eigen centrale redactie kenden, ging het over ready made pages, die per datalijn naar de diverse drukpersen werden geseind. Anno 2018 past de Persgroep in wezen hetzelfde model toe, onder meer bij De Gelderlander: algemene pagina’s en bijlagen komen uit de koker van het Algemeen Dagblad. Net als de redacties van Eindhovens Dagblad, BN-De Stem en andere Persgroep-kranten concentreren  de journalisten van De Gelderlander zich nu op het lokale en regionale nieuws. Het buitenland is voor vakanties.

Louis Frequin was geregeld uithuizig, maar dat was veelal om te netwerken voor zijn krant, om zijn oor te luisteren te leggen in Den Haag, of om zijn ogen de kost te geven in Moskou, Tokio, New York. Want een regionale krant moest thuis zijn in de wereld, vond hij. En hij kwam altijd terug met verhalen.

Tegen het einde van zijn loopbaan gingen uitgeverijen steeds grotere verbanden aan. In de laatste jaren van Frequins hoofdredacteurschap, met de vier titels van AUDET, was het nog te overzien. Bovendien had de ‘krantenpaus’ alle controle, omdat hij adviseur was van de top van de uitgeverij en met instemming van zijn collega’s de verbindingsman tussen directie en hoofdredacteuren. Zo kon hij er voor zorgen dat de samenwerking in elk geval niet ten koste ging van zijn krant.

De opvolgers van Frequin waren in toenemende mate van huis om binnen het netwerk van de uitgeefgroep te vergaderen. Veel meer dan notulen leverde dat vaak niet op. Na de overname van AUDET door VNU (1988) troffen zij elkaar regelmatig in een heus ‘College van hoofdredacteuren’, waar de heren (nog steeds geen dames in hun midden) geregeld onderling de messen slepen. De samenwerking spitste zich toe op sportverslaggeving, economie en de uitwisseling van nieuwsberichten en bijlageproducties. Maar elke hoofdredacteur bleef zijn eigen plan trekken, en kon zich verantwoordelijk voelen voor de héle krant.

De hoofdredacteur als vergadertijger

Het vergadercircuit ging nog veel meer hoofdredactionele tijd in beslag nemen toen in 1999 Wegener het grootste deel van de VNU-kranten overnam. Dat was ook de aftrap van een veel intensievere samenwerking in GPD-verband, de gezamenlijke persdienst waarin vanaf dat moment bijna alle regionale kranten van Nederland deelnamen. Met – ook daar weer – een ‘College van Hoofdredacteuren’. De zeven Wegenerkranten zelf kenden, naast hun eigen college, nog het ‘Hoofdredactioneel Beraad’. Dat was een periodiek overleg met een vertegenwoordiger van de Raad van Bestuur die de titel droeg van ‘directeur redactionele ontwikkeling en beheer’  (oud-ANP-hoofdredacteur Rob de Spa).

Dat waren dus al drie gremia die de aandacht wegtrokken bij de krant. Er waren redacties waar een adjunct-hoofdredacteur daarom inmiddels de dagelijkse inhoudelijke leiding had overgenomen en waar de ‘echte’ hoofdredacteur slechts nu en dan stilletjes aanschoof. Of, zoals een hoofdredacteur uit die tijd het nu uitdrukt: ‘De bemoeienis met de krant werd naar de randen van de dag geduwd.’

Met het aantreden van Joop Munsterman als directievoorzitter van Wegener in 2008 kreeg de vergadermallemolen nieuwe vaart. Namens zijn Britse chef David Montgomery wilde Munsterman meer greep op de redacties, vooral om druk te zetten op de overschakeling naar digitaal uitgeven, onder het motto digital first. Geregeld toerden hoofdredacteuren in alle vroegte uit Middelburg, Den Bosch en Nijmegen naar Enschede om ’s ochtends om negen uur met Munsterman de vorderingen op digitaal gebied door te kunnen nemen. Eigenlijk was Apeldoorn de hoofdzetel van Wegener, maar voor de baas, woonachtig in Hengelo, was Enschede net iets handiger. Zo niet voor de meeste andere deelnemers, die nog eens een uurtje verder moesten rijden. Uren die ze graag op hun redactie hadden doorgebracht.

Toen Munsterman in 2010 werd opgevolgd door de Noor Truls Velgaard verschoof het centrum van het Wegenerrijk weliswaar weer Apeldoorn, maar Velgaard claimde niet minder tijd van de hoofdredacteuren. Uiteindelijk gingen zij zelfs deel uitmaken van een uitgebreide bestuursraad die op z’n Noors ‘extended publishing board’ werd genoemd. Bij Wegener (en Mecom) ging het in die tijd vooral om macht, tot het punt dat het voortbestaan van de onderneming op het spel kwam te staan.

Het ging al lang slecht met de kranten, niet alleen binnen Wegener. Maar bij Wegener leek men de controle kwijt te zijn. Dat dreef de hoofdredacteuren naar de vergadertafel om mee te praten over overlevingsstrategieën. Zij voelden zich nog steeds de hoeders van het erfgoed dat hun titel vertegenwoordigt. Dat was hen te kostbaar om over te laten aan gekortwiekte uitgevers en geldgedreven bestuurders. Zij wilden, al was het maar om hun kranten door alle turbulentie te kunnen loodsen, een deel van de macht.

Hoofdredacteuren waren zo volslagen vergadertijgers geworden, en alleen indirect ging het nog wel eens over de inhoud van hun krant. Voor dat laatste zorgden gelukkig teams van professionele redacteuren die zichzelf prima konden redden. Had Louis Frequin in zijn tijd de krant nog in zijn vingers, nu las de hoofdredacteur soms pas in de ochtend wat zijn redactie had bedacht.

Terug naar de redactievloer

In 2015 werd Wegener uit zijn lijden verlost door de Vlaamse Persgroep. De rol van de hoofdredacteur werd op dat moment rigoureus gewijzigd: van de boardroom keerde hij (of zij) terug naar de redactievloer. Persgroepvoorman Van Thillo vond dat de eerste man (of vrouw) van de redactie zich op de journalistieke inhoud moest richten. Voor de strategie had hij andere mensen, zoals een journalistiek directeur (de ook al van het ANP afkomstige Erik van Gruijthuijsen). Er werden  ‘coaches’ het veld in gestuurd om de journalistieke Persgroepmores in te prenten. De redacties werden nauwgezet begeleid in hun keuzes. Kort door de bocht geformuleerd betekende dat: nadruk op aansprekende, populaire onderwerpen, meer ‘vox pop’, meer crime en lichtheid. Een journalistieke lijn die wel aansluit bij de boodschap van Mecom-topman David Montgomery een aantal jaren eerder: engaging and entertaining stond centraal in zijn formule. Zijn verleden bij de Britse tabloids was daar niet vreemd aan.

De actieradius krimpt

Tot aan het eind van de vorige eeuw trokken journalisten van regionale kranten de halve wereld over, de hoofdredacteur niet zelden voorop. Die reislust was niet direct ingegeven door interesse voor de eigen regio. In de eerste naoorlogse jaren gaf een globetrottende hoofdredacteur wel status aan zijn krant. Als Frequin voor een reportagereis naar Amerika of Rusland ging, werd dat op de voorpagina aangekondigd.

Dat de redacties van de Wegenerkranten zich gingen toeleggen op hun eigen verspreidingsgebied, was een trend die al rond de eeuwwisseling met de aansluiting bij de GPD (Gemeenschappelijke Persdienst) was ingezet. Maar het centrale model dat Wegener lange tijd had beleden (en nooit had doorgezet), werd binnen de Persgroep onverbiddelijke praktijk. Algemene nieuwspagina’s, sport, cultuur en divertissement, in feite alles dat niet lokaal of regionaal was, kwam voortaan uit de koker van het Algemeen Dagblad.

Over macht is bij de Persgroep geen discussie meer, strategie staat niet langer op de agenda van hoofdredacteuren. Periodiek praten zij nog mee over de redactionele formule, formeel zijn zij nog verantwoordelijk voor de hele redactionele inhoud. Voor het overige bestieren zij de redactionele activiteiten in hun eigen verspreidingsgebied.

En Frequin?

Op zoek naar een passende typologie voor Louis Frequin stelde Kees Buijs al vast dat deze man de kenmerken van meerdere types in zich had: patriarch, straatvechter én … pragmaticus. We kunnen vaststellen dat ook de dynamiek van de mediawereld en van journalistieke organisaties in de loop der jaren wisselende eisen stelt aan hoofdredacteuren. Dit is een tijd waarin een pragmatische instelling wel van pas komt. Wat niet wil zeggen dat bevlogenheid ontbreekt.

‘Als de Heeren staten mij bevelen te varen, zal ik varen’, zei Louis Frequin. Dat doet misschien vermoeden dat de pragmaticus die hij ook was, zich zelfs gevoegd zou hebben in de realiteit van 2018. Die optie durf ik, na de afgelopen drie jaar intensief met hem ‘in gesprek’ te zijn geweest, hier wel te verwerpen. Frequin identificeerde zich honderd procent met de titel van zijn krant. De reputatie van De Gelderlander was zijn reputatie en andersom.

En de regio strekte zich voor hem nog uit tot andere kusten. Toegegeven: de uitgever leverde hem nog de middelen om zich die ambitie te kunnen veroorloven.

LvdG

 

Geef een reactie